Ik was vroeger een deugniet. Een boefje. Of althans in de ogen van menig volwassene.
Zo eentje die te hard lachte, te veel vroeg, te ver ging, de randjes op zocht.
Mijn rapporten stonden vol met:
“Is heel sociaal, maar praat teveel.”
“Ze kan goed leren, maar kiest vaak de makkelijke weg”.
Alsof dat allemaal fout was.
Dus na een enorme rebelse periode ben ik gaan deugen.
Doen zoals het ‘heurt’ en hoe het van me werd verwacht.
Netjes, aanpassend, verantwoordelijk en hard voor mezelf.
En dat kind in mij, dat wilde rennen, zingen, spelen, vallen en weer opstaan, dat kind verstopte ik in mijn nette jas en noemde het volwassenheid.
Tot ze zich op een dag meldde.
Ze keek me aan, met die blik van: “Serieus Breg, is dit het nou?”
“Wat ben je eigenlijk aan het doen?”
“Word je hier nu echt gelukkig van?”
“Is dit nou later? (Mooi liedje trouwens ;-).”
Sindsdien doe ik het anders.
Ik leef, niet altijd volgens plan, maar wel voluit.
Ik droom, niet per se verstandig, maar wel echt.
En ik deug , meestal.
Maar soms, godzijdank, even niet.
Want het is precies dat stukje deugniet in mij dat me eraan herinnert dat ik nog leef.
Ik deug. En soms ben ik een deugniet.
En jij?
